FLEVOLANDER NR 71 November 2006

Nieuwsbrief van de Nederlandse Flevolander Schapenhoudersvereniging  

1.  Ledenvergadering

Op donderdag 23 november wordt er een ledenvergadering gehouden ten huize van

Jan Ruiterkamp,  Slaapdijk 6 in Gelselaar  Aanvang: 19.00 uur

Thema: Moederloze opfok van lammeren

U heeft inmiddels waarschijnlijk al een schriftelijke uitnodiging van de secretaris ontvangen.

N.B. De secretaris verzocht mij mee te delen dat er bij het agendapunt “bestuursverkiezing” in de tekst een vervelende fout ingeslopen is. Tot bestuurslid is niet benoemd de heer Breedijk, maar de heer Reinders (van maatschap Reinders-Breedijk) uit Kollum.

2. Bedrijfsverslag van Johan en Linda Dielemans in Houthulst

Juni 2006 had ik al een afspraak gemaakt voor een bezoek. Maar de hittegolf in juli gooide roet in het eten. Het werd oktober alvorens ik een nieuwe afspraak kon maken.

Het bedrijf ligt ook niet naast mijn deur. Houthulst ligt in Zuidwest Vlaanderen ongeveer 40 km ten zuiden van Brugge. Het is hier het gebied waar in de 1e Wereldoorlog maandenlang is gevochten vanuit loopgraven. Duizenden militairen hebben hier de dood gevonden. Alle gebouwen, zowel in de stad als op het platteland, zijn toen verwoest. Vrijwel alle boerderijen zijn omstreeks 1920 weer herbouwd. De nabij gelegen stad Diksmuiden had vele historische gebouwen. De stad is weer volledig herbouwd in zijn oude glorie. Andere door de oorlog bekende steden zijn Poperingen en Roeselaere. Als je nu door dit gebied rijdt is het onvoorstelbaar wat hier 80 jaar geleden is gebeurd.

In deze streek woont het enig Belgisch NFS-lid. Hij woont hier al ruim 10 jaar met zijn vrouw Linda en twee kinderen. Ze zijn hier inmiddels volledig ingeburgerd. Zelfs de ouders van Linda zijn hun kinderen nagereisd en wonen dicht bij hen in de omgeving.  

Het is de moeite waard om het bedrijf van Johan en Linda eens voor het voetlicht te brengen.

Johan is opgegroeid in Etten-Leur ten westen van Breda. Hij is geen boerenzoon, maar hij wilde beslist boer worden. Daarom ging hij naar de Middelbare Landbouwschool in Breda. Daar vonden ze zijn plannen onzinnig en onhaalbaar. Toch zette hij door. En in België vond hij de mogelijkheden.

Eerst als bedrijfsleider op een bedrijf met 70 melkkoeien met twee bedrijfslocaties. Toen de eigenaar vertrok naar Afrika vertrok, kocht hij in 1997 één van de boerderijen. Hij heeft zelfs nog 5 jaar gemolken. Het melkquotum van 75.000 liter heeft hij inmiddels verkocht. In Nederland zou dit veel geld opgebracht hebben, maar in België moet het aan de staat verkocht worden voor ca € 0.50.

De boerderij heeft maar  2 ha eigen grond. Er wordt 9 ha gepacht plus 2 ha natuurterrein. Recent is bij Diksmuiden nog 5 ha weiland gekocht.

Naast zijn bedrijf, inmiddels met 350 schapen, werkt hij op dit moment gedurende 7 dagen ca 4 uur per dag als freelance inseminator voor KI. Hier koopt hij met 20% provisie het sperma in. Het tarief voor insemineren mag hij zelf vaststellen. En hij moet ook zijn eigen klanten zoeken. In België was tot voor enkele jaren insemineren het werk van dierenartsen. Nu is dit vrij.

De bedrijven zijn als regel klein en gemengd. De helft van de veestapel is vleesvee en behoort tot het Belgische Wit-Blauwe ras. Ook deze koeien worden soms nog gemolken. Er zijn bedrijven die met dit ras 30.000 tot 50.000  liter vol melken met 10 a 20 koeien. Een bijzonderheid van de Belgische Blauwen is dat de kalveren standaard met de keizersnede verlost worden.

De boerenbevolking is erg behoudend. Dit wordt in de hand gewerkt door het belastingstelsel. Belasting wordt in België per hectare geheven. Dus ongeacht of de opbrengst per hectare nu hoog of laag is. De stimulans om te investeren en het bedrijf te ontwikkelen is er nauwelijks. Het hele gezin werkt mee. Vooral de vrouwen melken, maar ook het tractorwerk is hen niet vreemd. Het liefst blijft men in de geboorteplaats wonen.

In België treft men weinig schapen aan. Bedrijfsmatige schapenhouderij komt nauwelijks voor.  Johan Dielemans is wat dat betreft een uitzondering. Meestal treft men schapen aan in koppeltjes van 10 á 20 ooien op gemengde bedrijven. Ook op het bedrijf van Dielemans was dat zo.

In 1998 kocht hij in Nederland 27 Flevolanders. Nadien heeft hij nooit meer aangekocht. Alle 350 dieren van nu zijn hieruit gefokt. Iedere 2 jaar koopt hij een Flevolander fokram in Nederland. Veel ooien worden dus voor uitbreiding van de schapenstapel ingezet. Hij houdt dan alle ooilammeren aan. Hij heeft daarom ook nog niet kunnen selecteren.

Zijn nog plannen om verder uit te breiden? Ja zeker!  Johan denkt aan een omvang ca 550 dieren. Zowel zijn mestquotum als zijn milieuvergunning geven hem die ruimte. Wel zal hij waarschijnlijk nog enkele hectares land moeten kopen.

Het bedrijf beschikt over drie stallen en een kapschuur. Eén stal is voor de drachtige schapen die er aflammeren en daarna direct naar een er naast liggende stal gaan, waar ze blijven tot het spenen. Een derde stal is voor de gespeende lammeren die er afgemest worden. 

De kapschuur is voor de helft voor werktuigen en stro bestemd. Het andere deel kan ook voor schapen gebruikt worden. Geen enkele ruimte is specifiek afgestemd op de huisvesting voor schapen. Er zijn wel veel vierkante meters, maar qua afmetingen en vormgeving zijn de ruimten niet altijd efficiënt. Binnen de bestaande buitenmuren is waar nodig en mogelijk zoveel mogelijk uitgebroken, dit om de ruimte  opnieuw te kunnen indelen. Maar de breedte van de bestaande stallen is niet passend voor schapenhokken. Er moeten grote koppels gehouden worden die onbeperkt ruwvoer moeten kunnen opnemen, maar bovendien beperkt krachtvoer moeten opnemen. Dat vraagt om krachtvoerbakken waaruit alle schapen tegelijk kunnen vreten. De diepte van de hokken is hiervoor onvoldoende. Johan heeft hiervoor een eigen oplossing gevonden. De schapen met lammeren krijgen geen krachtvoer maar natte bostel, dat onbeperkt in bakken ter beschikking gesteld wordt, zodra ze gelammerd hebben. Ook de lammeren gaan hier na enkele dagen al van eten. De ooien eten hiervan 4 á 5 kg per dag met een d.s. van 24 %. Hij heeft het ook geprobeerd met een andere mix van natte product ten o.a. bierbostel, aardappelpuree, cichoreipulp en myceliumspoeling. Maar dit liep op een volledige mislukking uit. De ooien gaven vrijwel geen melk meer.  

De lammeren  bij de ooi krijgen verder onbeperkt krachtvoer. Johan gebruikt geen lambar. Alle lammeren blijven bij de ooi, dus ook drie- en vierlingen. De lammeren zoeken zelf hun weg  Als ze onvoldoende melk krijgen gaan ze vaak bij andere ooien “stelen”.  Het iets grotere sterftepercentage neemt hij voor lief. Ook in de aflammerperiode laat hij veel aan de ooien zelf over. Van 's avonds 11.00uur tot 's morgens 6.00 uur komt hij als regel niet in de stal. Het motto is  efficiënt met de tijd omgaan

Bij eerste en tweede-worpsooien had hij de laatste ronde gemiddeld 2 gespeende lammeren per ooi. Het zal duidelijk zijn dat Johan niet zit te springen om erg grote worpen. Met twee- en drielingen is hij tevreden. Als bijzonderheid vertelt hij dat hij een keer een achtling heeft gehad. Maar die waren op één na allemaal dood.

Na het spenen krijgen de lammeren onbeperkt mestkorrel.  Hij betrok dit aanvankelijk van de CHV uit Veghel. Ondanks het hoge eiwitgehalte (18%) begonnen de lammeren met dit voer al bij 20 kg te vervetten. Hij is toen overgestapt naar een plaatselijke voerleverancier. Deze leverde voer met een veel lager gehalte, maar het bevatte veel lijnzaad. De vervetting was verleden tijd. Dat ze op dit voer ook goed willen groeien blijkt uit de afleveringsleeftijd. De eerste lammeren worden afgeleverd op 90 dagen en de laatsten op 120 dagen. Het aflevergewicht is 35 kg. Stel het geboortegewicht op 3 kg. De groei is dan 32 kg. Bij gemiddeld 105 dagen is dat een groei van ruim 300 gram per dag. De lammeren worden na het spenen gesorteerd in ooien en rammen.

De goede groei is volgens Johan ook te danken aan het gebruik van een Rouge d' Ouest-ram. Dit ras lijkt wat op de Charollais en de Bleu du Maine. Het is een grote goed gespierde ram. De kleur van de kop en de poten is roodachtig. Hij heeft wel een lange staart. Johan heeft ook wel Texelse rammen gebruikt. Maar zegt hij: ”Dat doe ik nooit weer”Hij maakt een vergelijking. De geboren lammeren zijn veel minder levensvatbaar. Meer lammeren worden in het vlies geboren. De lammeren groeien minder goed en de rammen dekken slecht, bovendien ook niet het hele jaar door. Een voordeel t.o.v. de Suffolk is dat de lammeren van een Rouge d'Ouest-ram volledig wit zijn. De handel in België geeft aan wit uitdrukkelijk de voorkeur. Een ander bezwaar van Suffolkrammen noemt Johan het feit dat ze uitbreken. Schrikdraad is niet afdoende.

Dat de deklust van de Rouge dÓuest is blijkt uit de koppel van 90 ooien die hij te dekken kreeg. En met goed resultaat.

Johan scant na een aantal weken of de ooien drachtig zijn. Hij gebruikt hiervoor een scanapparaat voor varkens. De betrouwbaarheid is iets minder dan  van een scanapparaat voor schapen. Maar een schapenhouder let op de kleintjes. Schapen die niet drachtig blijken te zijn krijgen nog één maal een kans. Naast deze uitval komen op het bedrijf vrij veel dieren met uierontsteking voor. Ook deze gaan weg. Verder dus geen selectie.

De lammeren worden geleverd aan een handelaar die ze afzet in Brussel. Ze zijn vooral bestemd voor allochtonen. Deze gaan in juli/augustus naar hun land van herkomst. Pas eind augustus is de markt weer open. De aflammerperiode wordt hier aan aangepast, namelijk mei/juni. Dat is dus een maand later dan gebruikelijk. Ook de andere aflammerperioden worden een maand later gepland.

Op dit moment is er nog geen duidelijk beeld hoe het staat met de rentabiliteit van het bedrijf. De opbouwfase belemmert daarop nog een duidelijk zicht. En veel lammeren worden nu nog bestemd voor de uitbreiding van de schapenstapel.

Op de terugreis overweeg ik nog eens het advies dat Johan kreeg van zijn directeur op de MLS. Waren zijn plannen echt onzinnig en niet haalbaar? Het advies was m.i. te algemeen en hield geen rekening met de grote verschillen tussen mensen. Voor Johan was het geen goed advies. Hij laat zien dat als iemand echt iets wil, hij dat kan bereiken met doorzettingsvermogen, hard werken en de soepelheid om nieuwe kansen te zien  en aan te benutten.

En ik denk met een thuisfront dat er achter staat. Johan en Linda hebben samen stap voor stap en met voorzichtig investeren een bedrijf opgebouwd, waarop ze trots kunnen zijn. Ik wens hen bij de verdere uitbouw veel succes.  

Redactieadres:

P.Pellikaan
Noordzijde 12
4225PG  Noordeloos
Tel: 0183.582759 
E: ppellikaan@solcon.nl