FLEVOLANDER FEBRUARI-MAART 2004

NIEUWSBRIEF Nederlandse vereniging van Flevolander Schapenhouders

Bedrijfsverslag van Peter Kruizenga te Rasquert

Het lijkt me niet waarschijnlijk dat er iemand van de lezers ooit in Rasquert is geweest. En dat is geen schande. Tot voor kort wist ik het ook niet. Jawel ergens in het noorden. Maar dat was het dan. We moeten het zoeken ongeveer 20 km boven de stad Groningen aan de route door het Hogeland. Vanuit de stad loopt die route over Winsum, Baflo, Uithuizen, en komt uit in Delfzijl, een uit de grond gestampte industriestad. Behalve deze stad is is het een prachtroute. Hier is in de loop der eeuwen door de noeste arbeid van boeren land gewonnen op de wadden. De opstrekkende heerden laten dit aanschouwelijk zien. Het is een prachtig open landschap met de karakteristieke Groningse boerderijen. Het zicht reikt er tot aan de einder. Een bezoek meer dan waard. Waarom naar Mallorca met vakantie als er in eigen land zo veel moois is. Het dorpje Rasquert gelegen tegen Baflo is hier te vinden

Peter Kruizenga heeft er op dit moment in maatschap met zijn vader een boerderij van 35 ha met nog 13 ha pachtland, waarvan 7 ha natuurterrein. Dit mag pas na half juni gemaaid worden. Zelf woont hij nog in het dorp.

De boerderij stamt uit ca 1750 en is karakteristiek voor de streek. De hoofdbeuk bestaat uit grondtassen die nu in gebruik zijn als schapenstal, met tegen de achtergevel paardenboxen. De linkerzijbeuk is een langsdeel terwijl de rechterzijbeuk een koestal is en nu in gebruik als kalverstal. Schuin achter het oude gebouw is nog een schuur in gebruik voor de schapen. Naast de oude stal is een moderne ligboxenstal gebouwd, waar ca 50 melkkoeien een goed onderdak hebben. Verder staat er op het erf nog een torensilo in gebruik voor graskuil.

Peter heeft echter rigoureuze plannen Hij wil stoppen met de melkveehouderij en het bedrijf ombouwen tot een schapenbedrijf, vooralsnog voor 700 á 800 dieren, maar nu al denkt hij aan 1000 schapen. Wat beweegt hem er toe om het roer zo radicaal om te gooien? Een voor de hand liggende vraag.

Ik voorzie, zegt Peter, voor de melkveehouderij op de lange termijn zware tijden. Bovendien heeft het bedrijf op dit moment ruim 4 ton melk aan productie rechten en een levenskrachtig bedrijf heeft in de toekomst minstens een quotum van een miljoen liter nodig. Het extra quotum kost volgens de huidige tarieven al € 1.2 miljoen, Daarbij komt nog dat ik het bedrijf moet overnemen. Uitgaande van de beschikbare gebouwen en de opbrengsten van het quotum is er voor de investering in de uitbreiding van de schapenhouderij gering.

Bovendien, zegt Peter, kijk ik naar de toekomst vrij positief aan tegen de schapenhouderij. Maar op dit moment is het nog niet zo ver. De schapenstapel bestaat uit ongeveer 200 ooien voor de helft uit Flevolanders en de andere helft met een diverse achtergrond, zoals Swifters en Texelaars. Maar die gaan weg. Hij heeft ook enkele Rijnlammeren gekocht maar die zijn nogal wat duurder dan Flevolanders Een aardige bijzonderheid van de Rijnlanders is dat ze 7 á 10 dagen korter dragen. Daardoor zouden ze ook weer sneller drachtig kunnen worden

Hoe hij in de toekomst de vervanging van zijn schapenstapel zal oplossen weet hij nog niet .Hij overweegt om het niet zelf te doen, daar de beschikbare arbeid waarschijnlijk de beperkende factor wordt. Aan het zelf fokken zijn zeker voor een groot bedrijf nogal wat bezwaren verbonden, met name arbeidstechnisch. Er zijn meer groepen nodig die uit elkaar gehouden moeten worden, wat betreft huisvesting en voeding. Ook de fokkerijregistratie vraagt tijd .

Verder zijn er extra rammen nodig. Bij 1000 ooien moeten 150 tot 200 ooien gehouden worden om jaarlijks voldoende ooilammeren (ca 200) voor vervanging te hebben terwijl de geboren lammeren als bijproduct afgezet moeten worden. Natuurlijk zijn er ook bezwaren te noemen, zoals het risico van ziekte insleep. Vaste leveranciers zijn dus een vereiste.

Peter is inmiddels al druk bezig om de plannen te maken voor de bouw en inrichting van de schapenstal. De koeienligboxenstal is zonder al te grote ingrepen geschikt te maken voor 600 schapen. Uitgangspunt is dat het werk met zo weinig mogelijk arbeid rondgezet kan worden

De lange bronstperiode is voor Kruizenga de belangrijkste reden om Flevolander te houden. Hij heeft zelfs overwogen om te proberen zijn schapen twee maal per jaar te laten aflammeren. Maar vrijwel zeker zitten daar te veel bezwaren aan verbonden., zoals een heel korte zoogperiode en het al na enkele weken na het aflammeren de ram toelaten bij de ooien. Bij een deel van de ooien zal het lukken. Maar bij een ander deel zeker niet.

Ligt hier nog een taak voor de fokkerij?

Peter is overigens niet bang dat de worpen te groot worden. Drie- en vierlingen mag best. Alle boventallige lammeren (meer dan 2) fokt hij gedurende 6 weken op aan de lambar. Ze blijven maximaal één dag bij de ooi. Het geeft homogenere lammeren.

Voor de afzet heeft hij geen contract, maar wel een vaste afnemer, namelijk de NLTO, die ze levert aan van Veen in Zuilen. De lammeren worden op het bedrijf gewogen. Er wordt 3% voor tarra gerekend. Voor grotere aantallen wordt een kwantumtoeslag gegeven

Als vaderdier worden altijd Suffolkrammen ingezet. Een Texelaarram geeft lammeren die te langzaam groeien. De schapen komen uiterlijk 2 weken voor het aflammeren binnen. Ze krijgen dan ca 4 ons krachtvoer en na het aflammeren 1 kg. Mede in verband met kopervoorziening worden extra mineralen verstrekt in de vorm van likemmers die ook voor koeien gebruikt worden. Destijds heeft hij last gehad met het niet drachtig worden van de jonge ooien en ook had hij vrij veel dode lammeren. Waarschijnlijk is kopergebrek hiervan de oorzaak geweest.

Na 7 á 8 weken worden de lammeren gespeend. De mestlammeren krijgen kuilgras en mestbrok naar behoefte. Aan het ruwvoer stelt hij erg hoge eisen. Het moet beter zijn dan wat voor de koeien is bestemd.

Voor de toekomst heeft hij het plan om de eerste snede te laten drogen en tot grasbok te laten persen. Dat is dan "halfkrachtvoer" met eventueel een aanvulling van tarwe. Tarwe geeft een snelle groei. In Baflo heeft hij een krachtvoerbedrijf waar hij zijn mengvoer op recept kan laten maken.

Naar mate een koppel groter wordt stelt de gezondheidszorg hogere eisen, daar de ziekte druk toeneemt. Alle schapen zitten in het databestand van de GD. Hij gebruikt al enige tijd scrapieongevoelige rammen. Zwoegeronderzoek vindt niet plaats. Voor een groot bedrijf is dat veel te duur, zeker voor een slachtlammeren bedrijf Door aankoop van zwoegervrije dieren verwacht hij vrij van zwoegerziekte te blijven. In ieder geval komen er nu geen kennelijk zieke dieren voor.

Jaarlijks worden alle dieren tegen rotkreupel geënt. Bij het klauwbekappen ervaart hij wel dat de Flevolanders iets meer klauwzorg vragen dan de meeste andere rassen. Uierproblemen bij de dieren heeft hij zelden. Bij Flevolanders blijkt dit heel vaak een sterk punt te zijn. En het draagt bij aan het bereiken van een hoge levensduur. De behandeling tegen maag-darmwormen wordt 2 maal per jaar uitgevoerd, na het aflammeren en voor de dekperiode.

Terugkijkend op mijn bezoek concludeer ik dat het bedrijf van Peter Kruizenga veel boeiende aspecten heeft. We zullen het naar de toekomst met belangstelling blijven volgen. Dergelijke bedrijven zijn de pioniers van de moderne commerciële schapenhouderij. Ten behoeve van dergelijke bedrijven is destijds de Flevolander ook ontwikkeld

Peter ik wens je heel veel succes bij het vormgeven van je doelstelling

Nieuw lid:

Joh. Dielemans, Schrevelstraat 15, Houthulst 8650 België

Telefoon: 0032.51.546214

De Rammenring.

In een eerder Nieuwsbrief heb al informatie gegeven over de rammenring. Inmiddels werkt de ring voor het tweede jaar. Tijd om er op terug te komen en verslag te doen. De ring heeft 5 leden en komt één maal per jaar bij elkaar, laatstelijk op 10 januari.

De rammenring kan gezien worden als een voortzetting van het kernfokbedrijf. Maar dan gestructureerd als een collectief kernfokbedrijf.

Hoe functioneert nu dit collectief?

Ieder lid zet jaarlijks 2 jonge rammen in afkomstig van 2 verschillende vaders. Ieder jaar worden dus 10 onverwante jonge rammen ingezet uit 10 verschillende lijnen. Ze worden maar één jaar gebruikt. Daarna worden ze buiten de ring afgezet. Ze komen dan beschikbaar voor leden van de NFS. Maar er zijn ook niet-leden die rammen nodig hebben.

Van wie betrekken de leden de jonge rammen? Noemen we gemakshalve de leden A, B, C, D en E . Hiervoor is een roulatieschema ontwikkeld als volgt:

De levering gebeurt geheel met gesloten beurs. Ieder levert 2 rammen en krijgt 2 rammen.

Welke rammen komen in aanmerking? De vaders zijn de rammen die het voorgaande jaar geleverd zijn. De moeders zijn de beste ooien uit de koppel wat betreft productie, cyclus en exterieur.

Worden de rammen gekeurd? Ja. Hiervoor is een speciaal formulier ontwikkeld, waarop voor iedere ram, maar ook van de vader en de moeder van de ram de belangrijkste exterieurgegevens worden vermeld met bovendien de productie en cyclus informatie.

Verder wordt vanuit de dierregistratie een afstammingsformulier gemaakt.

Beide formulieren worden in afschrift toegestuurd aan het bestuur.

Redactieadres: P.Pellikaan, Noordzijde 12, 4225PG Noordeloos

Tel: 0183-582759 E-mail: ppellikaan@solcon.nl