FLEVOLANDER NR 65 OKTOBER 2004
Nieuwsbrief Nederlandse Flevolander Schapenhoudersvereniging
1. Algemeen
De Nieuwsbrief bestaat al vele jaren. Mijn archief is helaas niet volledig. Het eerste aanwezige nummer dateert van november 1985. Het is nummer 2. Het derde nummer ontbreekt weer. Het vierde nummer is van juni 1986. Nr 5 t/m 9 ontbreken en nr 10 is dan weer in september 1988. Rekening houdend met deze nummers zijn er tot en met 1988 10 nummers verschenen. Dat is dan globaal een frequentie van bijna drie nummers per jaar. De precieze datum van het eerste nummer zal van midden 1985 geweest zijn. Dat klopt ook wel want in die tijd is de NFS opgericht.
Vanaf 1989 tot en met 1997 blijft de frequentie van de verschijning bijna 3 maal per jaar. De redactie bestaat dan uit een commissie uit het bestuur. De nummering gaat dan tot 35. Daarna blijkt dat het bestuur geen mogelijk meer zag om een regelmatige uitgave te realiseren. In augustus 1998 wordt de draad weer opgepakt zij het dat er een éénpersoonsredactie van buiten het bestuur komt. De opzet werd ook enigszins gewijzigd. Van ca 12 pagina’s ging de omvang terug tot 4 pagina’s , reden om te spreken van een brief. De "Nieuwsbrief" , zoals we die nog steeds kennen. Ook de inhoud onderging enige wijziging. Het accent kwam te liggen op bedrijfsverslagen, aangevuld met actualiteiten. Tot aan de m.k.z.-crises werden ook marktberichten gegeven. Tijdens de crisis waren er geen marktberichten meer.
De frequentie was aanvankelijk 5 maal per jaar maar ligt inmiddels weer op drie. Vanaf 1998 zijn de brieven niet meer genummerd. Maar dat is een kwestie van doorgaand tellen Doen we dit dan zijn we inmiddels aangekomen bij nummer 65 en bij het verschijnen van deze brief sluiten we de 20ste jaargang af. Een respectabel aantal .
En wellicht wordt het ook tijd om eens terug te kijken. Ik heb mij voorgenomen om uit die 65 nummers eens wat op te diepen dat voor de leden interessant is. De NFS heeft vele ups en downs gekend. Maar dat is niet allen voor ons. Dat geldt voor de gehele schapenhouderij en voor vrijwel alle schapenstamboeken. Schapen zijn eigenzinnig en hun bazen ook. Het is erg moeilijk gebleken om "alle schapen over één dam" te krijgen. Maar dat is voor een volgende keer.
2. Bedrijfsverslag van Hendrik Kuiper uit Rouveen
Rouveen valt onder de gemeente Staphorst. Het zijn twee karakteristieke dorpen. Je denkt dan aan langgerekte boerderijlinten met lage rietgedekte gebouwen met dwarsstallen, waar afhankelijk van de lengte in de zijgevel inspringend twee of meer inritten met hooideuren te zien zijn. De kleuren van het houtwerk zijn als regel felblauw en groen. En niet te vergeten de nog sporadisch voorkomende klederdracht.
De percelen zijn langgerekt en smal. Dit is ontstaan doordat in het verleden door splitsing van de bedrijven percelen in de lengterichting werden opgedeeld. En op de perceelsgrenzen komen nog vaak houtwallen voor. Voor hen die van oude landschappen en cultuurhistorie houden een boeiend gebied. Maar de landbouwkundige structuur is voor de moderne landbouw verre van ideaal.
De ouders van Hendrik wonen op dit moment nog op een dergelijke oude familieboerderij in de lintbebouwing in Rouveen. Maar door een ruilverkaveling is ca 10 jaar geleden het bedrijf uit geplaatst naar de polder Oldemate, een open gebied begrenst door de plaatsen Hasselt, Zwartsluis, Meppel, Staphorst en Rouveen. Zij die de A 28 tussen Zwolle naar Meppel wel eens rijden zullen zich bij de Lichtmis de tot hotel verbouwde watertoren met recreatie voorzieningen herinneren.
Enkele kilometers ten westen ervan is het bedrijf van Hendrik Kuiper te vinden, in het open veld. Er staan maar enkele boerderijen Het grootste gedeelte van de polder Oldemate is onbebouwd en beslaat een oppervlakte van ca 1000 ha, die beheerd worden door Staatsbosbeheer.
Hendrik Kuiper heeft er 35 ha van in pacht. De pachtprijs ligt laag, onder de € 150 per ha. Op het beheer liggen echter beperkingen. Zo mag er alleen vaste mest gebracht worden. Ook de maaidata hebben beperkingen We zien hier een algemeen probleem. Beherende instanties zoals de Provinciale Landschappen, Natuurmonumenten en Staats Bosbeheer hebben in toenemende mate moeite om hun gronden te verpachten. Er kan zelfs een tijd komen dat er een negatieve pacht komt. In ieder geval is eigen beheer bij deze instelling duurder dan beheer door boeren. Met name voor schapenbedrijven liggen hier kansen.
Naast de pachtgrond heeft Hendrik met zijn vader in maatschapsverband nog 23 ha in eigendom. Hierop houden ze 35 á 40 melkkoeien met een quotum van ca 3 ton melk. Hoewel dit quotum voor een volwaardig melkveebedrijf voor de toekomst te klein is hij niet van plan melkquotum bij te kopen. Er zijn andere plannen.
Tot voor enkele jaren werd er ook vleesvee gehouden maar de rentabiliteit hiervan is erg marginaal. Nu zijn er naast het melkvee ca 225 Flevolander ooien Hij wil dit aantal uitbreiden tot minstens 300 ooien. Mede gezien de pachtmogelijkheden bij Staatbosbeheer ligt hier voor de toekomst perspectief. Maar bovendien heeft hij samen met zijn vrouw nog andere pijlen op zijn boog
Zij zien mogelijkheden in het opzetten van een zorgboerderij. Dit houdt in het begeleiden van geestelijk of lichamelijk gehandicapte jongeren of zelfs volwassenen, door hen in te zetten bij werkzaamheden op de boerderij. Hiervoor wordt dan een financiële vergoeding ontvangen. Verbreding van de landbouw: melkvee, schapen en zorg.
Maar voorlopig is het nog niet zo ver. Doordat zijn vader nog vrij veel tijd kan besteden aan de boerderij werkt hij zelf nog bij de bedrijfsverzorgingsdienst In dat verband doet hij een ruime ervaring op. Zo is hij bijvoorbeeld als conciërge werkzaam geweest op de MLS te Meppel. Voor dit dienstverband was hij inseminator bij een varkenshouderij organisatie. Maar er komt natuurlijk een tijd dat hij zich volledig voor het eigen bedrijf zal moeten inzetten.
Op dit moment is de huisvesting voor de schapenhouderij een groot knelpunt. Zijn schuur is eigenlijk te klein voor het aantal schapen, dat hij heeft. Voor de bedrijfsvoering geeft dit meerdere knelpunten, zoals drachtige schapen die niet op tijd binnen kunnen of te vroeg naar buiten moeten, slachtlammeren die te vroeg afgeleverd moeten worden. Ook een goede preventieve ziekte bestrijding soms moeilijk. De huidige stal is eigenlijk een werktuigen schuur van 12 bij 22 meter. Deze is op zich zelf wel geschikt voor schapen. Maar werktuigen moeten vooral ‘s winters nogal eens buiten blijven staan
Van de twee koppels schapen waar Hendrik mee werkt moest er dit voorjaar één buiten blijven. De schapen hebben in mei buiten afgelamd. De resultaten vielen tegen. Er was relatief veel sterfte bij de lammeren vooral in de 4de en 5de week na de geboorte. Hij kan hiervoor geen duidelijke oorzaak aangeven. Een te lage buiten temperatuur lijkt onwaarschijnlijk.
In de schapenstal wordt weinig stro gebruikt. Het van het huurland gewonnen hooi is vaak wat grof. De schapen laten hiervan veel liggen Dit resthooi gebruikt hij als stro.
De ooien krijgen alleen A-brok wat ook voor de koeien nodig is. Vanaf ca 1 maand voor het aflammeren wordt de hoeveelheid geleidelijk opgevoerd tot 1 kg. Meerlingen blijven zomogelijk allemaal bij de moeder. Voor lambar lammeren is eigenlijk geen tijd beschikbaar.
Tijdens de zoogperiode van 6 á 8 weken krijgen de lammeren onbeperkt de beschikking over lammerenkorrel. Na het spenen wordt de gift eerst beperkt en aan het einde van de mestperiode vrijwel onbeperkt.
Het krachtvoer betrekt hij van Hendrix. Dit is gebeurd in overleg met Beljaars.
Op een gewicht van rond de 40 kg worden ze afgeleverd aan firma Verhoog in Zoetermeer. De slachtrijpe dieren selecteert hij zelf uit. Hij heeft goede ervaringen met deze afnemer. In voorgaande jaren heeft hij ook geleverd aan de NLTO.
Als slachtlamvader gebruikt hij in alle seizoenen een Suffolk-ram. Alleen voor de eigen aanfok van de ooilammeren heeft hij ook een Flevolanderram.
Ongeveer 10 jaar geleden is hij met Flevolanders begonnen Voordien had hij "boeren Texelaars". Maar gezien de beperkte tijd waar hij over beschikte waren deze naast andere bezwaren te bewerkelijk voor hem. Hij hoeft nu voor het aflammeren ‘s nachts niet te gaan kijken. Vanaf de tijd dat hij naar bed gaat tot aan het melken ‘s morgens moet de ooien het zonder hem doen. Maar vooral de mogelijkheid van een jaarrond productie is doorslaggevend geweest voor de omschakeling.
Op de vraag of de schapenhouderij op zijn bedrijf winstgevend is zegt hij dat dat de winst voor een deel gestoken is in de uitbreiding van de schapenstapel. Maar hij is niet ontevreden. En als een boer dat zegt valt het meestal niet tegen.
Hoe zal het bedrijf er over 10 jaar uitzien? Er komt een tijd dat de maatschap met zijn vader afgesloten zal worden. Dat betekent dat hij niet meer buitenshuis zal werken maar volledig voor zijn eigen bedrijf zal staan.
Een bedrijf aan de rand van de Oldematen een groot natuurgebied. Wat is dan zijn beroep? Een natuurbeheerder, een schapenhouder, een melkveehouder of een zorgboer of alles tegelijk? Dat is echt ondernemen om daar een goede keus uit te maken.
Ik ben benieuwd en ik wens je veel succes bij deze onderneming
Redactieadres:
P. Pellikaan
Noordzijde 12, 4225 PG Noordeloos
Tel: 0183-58.2759 E-mail: ppellikaan@solcon.nl
Website NFS: www.flevolanderschaap.nl