FLEVOLANDER Nr .72 april 2007
Nieuwsbrief
van de Nederlandse Flevolander Schapenhoudersvereniging
1. Bestuur
Op de ledenvergadering van
december 2006 zijn er twee nieuwe bestuursleden gekozen, namelijk: Albert
Braams (lid ) en Marcel Reinders (penningmeester).
Niet iedereen weet dat de NFS over een eigen website
beschikt. Ik geef nog maar eens de naam van de site: www.flevolanderschaap.nl
3. Ook het beste schaap is niet
volmaakt. Klauwen
en robuustheid
Ook het beste schaap heeft zijn zwakke punten. Al het goede in één dier verenigen is wel het doel van de fokkerij. Maar het is slechts ten dele haalbaar. De goede eigenschappen van de Flevolander kennen we wel: grote worpen, iedere 8 maanden een worp, melkrijk, zeer goede vitaliteit uitkomend in een lange levensduur (gemiddeld 6 worpen), zeer goede moedereigenschappen en een goede basis bespiering.
Van veel Flevolanders zijn echter de hardheid en de grootte van de klauwen niet optimaal. Meestal moeten ze twee maal per jaar bekapt worden. De klauwen groeien dus te snel. Ook zijn de klauwen soms wat smal en krullen dan gemakkelijk om. Gelukkig zijn er ook genoeg dieren met grotere en harde klauwen. Dit biedt de mogelijkheid om er op te selecteren. Dit kan het best gebeuren door bij de rammen en de rammoeders hierop te letten.
Daarnaast noem ik de robuustheid van het schaap. Ik wil dit geen zwak punt noemen maar liever een punt van aandacht. Ter vergelijking noem ik de rundveefokkerij. Daar is vorig jaar voor de exterieurbeoordeling de robuustheid als beoordelingspunt ingevoerd. De achtergrond hiervan is dat men tot de conclusie gekomen was dat veel koeien te enkel geworden waren, te smal in de voorhand, te weinig omvang en inhoud van de middenhand, te weinig bespiering en ook te tere benen en te kleine klauwen. De koe moet wat robuuster worden, zonder dat dit ontaardt in grofheid . Voor een sterke goede boerenkoe die tegen een stootje kan bij minder goede omstandigheden is dus een zekere robuustheid nodig. Uiteindelijk moet dit leiden tot een langere levensduur.
Ik denk dat hetzelfde geldt voor de Flevolander. Het is een punt van aandacht voor de fokkerij Naast de zeer goede bovengenoemde gebruikseigenschappen moeten we extra letten op breedte in de voorhand, ruimte in de middenhand, de ontwikkeling, een goede basisbespiering en sterke goed ontwikkelde klauwen. Dus een robuuster schaap
4. Couperen
Het lijkt er dan toch van te komen, een verbod op couperen. Hoewel ik een gecoupeerd dier mooier vind, lijkt het me voor de Flevolander geen ramp. Misschien met uitzondering van de kruisingdieren met de Suffolk. Maar als regel komen deze slachtlammeren niet buiten. Ook de relatie met het voorkomen van myasis is niet aangetoond. En daarvoor zijn andere managementmaatregelen voorhanden Ik vind dat doorgaand protesteren zo langzamerhand contraproductief gaat werken. Dus lijkt het me beter te accepteren dat het verbod een feit is.
5.
Bedrijfsverslag van familie Wilmerink in Okkenbroek
Via de
A1 neemt men even voorbij Deventer de afslag Bathmen. Door Bathmen heen volgt
men de
N 344. Na enkele
kilometers richting Holten sla ik links de Ikkensweg in, naar Okkenbroek.
Eerst door het bos rijdend bereik ik nummer 7 waar het bedrijf van de
familie Wilmerink ligt
Van oorsprong
is het een klein gemengd bedrijf met koeien varkens en kippen, zoals er zoveel
in dit gebied voor kwamen. Freek Wilmerink heeft het met enkele hectares
overgenomen van zijn vader. Hij heeft op dit moment ca.
Varkens heeft hij nog steeds. Totaal 250 mestvarkens. De stallen voor deze varkens heeft hij zelf gebouwd. Zelfs op dit moment zijn deze stallen nog redelijk modern. De bedrijfsvoering en de resultaten liggen op een hoog niveau. Maar de omvang is voor de huidige begrippen onvoldoende. Er zou dus zwaar geďnvesteerd moeten worden. Maar het bedrijf ligt in een extensiveringsgebied. Dat wil zeggen dat uitbreiding van de varkenshouderij in dit bosrijke gebied niet mogelijk is en er grote stankcircels getrokken worden.
Bovendien heeft Wilmerink nog heel andere plannen. Hij wil al in dit seizoen beginnen met een minicamping met eventuele uitbreiding naar een grotere camping. En dat verdraagt zich niet met intensieve veehouderij. Ook de bestemming moet dan gewijzigd worden van een landbouwkundige naar recreatieve bestemming. Voor een minicamping van 15 á 20 caravans is dat nog niet nodig, maar zodra hij wat meer wil is bestemmingswijzing een must. Dat betekent voor hem dat de varkens waarschijnlijk dit seizoen al weg gaan. Ook de gemeente Deventer waartoe Okkenbroek behoort wil bevorderen dat de recreatie in het gebied verder ontwikkeld wordt.
Maar hoe staat het nu met de schapen, want daarvoor ben ik gekomen?
Het
bedrijf van Wilmerink beschikt namelijk over een grote door hem zelf gebouwde
schapenstal voor ca. 225 dieren, met een oppervlakte van bijna
Bij een toeristische bedrijf dat verder gaat dan een minicamping mag geen bedrijfsmatige schapenhouderij worden uitgeoefend. Bij deze bestemming past slechts een hobbymatige variant.
Er is echter nog een ander argument. Wilmerink vindt voor grootschalige schapenhouderij de grond te duur. Deze ligt in hun gebied rond € 40.000. Zelfs voor melkveehouderij ligt volgens hem deze prijs te hoog. Dat is ook een reden waarom meerdere melkveehouders naar o.a. Duitsland vertrekken waar de grond veel goedkoper is. Toen Freek rond 1990 met schapen begon, kocht hij bij Middelkoop ongeveer 50 Flevolanders. Die waren toen erg populair en ook duur. Toch is hij toen overgestapt naar het Rijnlam. Het integratiemodel ( fokbedrijf, vermeerderingsbedrijf en slachtlambedrijf ) sprak hem wel aan. Voor een varkenshouder niet verwonderlijk. Die eerste Flevolanders hebben nog lang meegedraaid. Ze bleken erg vitaal en ze konden oud worden. De lage restwaarde werd ruimschoots gecompenseerd door een hoge levensduur.
Van het Rijnlam heeft hij zowel de A- als de B-lijn gebruikt. De A-lijn (Romanov maal Duitse Witkop) is geen cyclusooi. Maar ook de B-lijn (Barbados maal melkschaap maal Duitse Witkop ) zit slechts voor 50% in de cyclus. Verder is er nog een E-lijn, die wat robuuster is, maar die ook niet in de cyclus zit. Van het Rijnlam moet men altijd de vervangende ooilammeren van fokkers betrekken. Van de A-lijn zijn nog wel enkele grote fokkers. Die leveren ook een F1-kruising als moederdier namelijk A-lijn maal Suffolk. Deze kruising heeft hij ook zelf wel toegepast
Over het Rijnlam is Freek niet onverdeeld enthousiast. Behalve de onvoldoende cyclus heeft hij ook relatief veel uierproblemen. De levensduur is wel redelijk maar zeker minder dan van de Flevolanders. Tussentijds heeft hij ook nog een ander avontuur gehad met de Borola-Texelaars. Dit zijn de Texelaars waar het Borola-gen is ingekruist.
In 2002 kocht Freek van van Middelkoop 50 Boroladieren daar een vriend van hem op dat moment een leegstaande stal had. Van die 50 zijn er nog 15 over. Over het algemeen kunnen ze een groot aantal lammeren niet dragen. In de koppel vallen ze ook op. Wat klein en kort. Die over zijn, doen het redelijk. Deze geven wel minder lammeren, terwijl de melkproductie matig is. Overigens ziet Freek nog wel perspectief voor de Borala. Maar de levensduur zal beslist omhoog moeten.
De 100
aanwezige schapen zijn dus schapen van verschillende herkomst: Rijnlam A en B,
kruisingen van Rijnlam met Suffolk, Borola Texelaars en een enkele Flevolanders.
Hij wil nu met een schone lei beginnen en alle aanwezige dieren geleidelijk
vervangen door Flevolanders tot een koppel
van ongeveer 50 á 75 dieren. Inmiddels heeft hij al 12 dieren gekocht die in
mei voor de eerste maal af gaan lammeren. Hij
hoopt hiermee ook de worpgrootte te verbeteren. Deze ligt nu rond 2 lammeren Dit
moet beslist beter kunnen, aldus Freek.
De
slachtlammeren die hij nu aflevert hebben allemaal een Suffolk vader. Hij mest
ze af tot
Met de
verandering van de bedrijfsopzet wordt ook de bestemming van de bedrijfsruimten
gewijzigd. In de beide varkensstallen komen de schapen. De schapenstal gaat
gebruikt worden voor caravanstalling. En
in de kapschuur van ruim
Een deel van de camping gaat hij gebruiken voor verhuur van een bijzonder soort tent, namelijk een yurt (Russisch) of een ger (Mongools). Van oorsprong worden deze tenten in Rusland en Mongolië gebruikt door de nomaden op de steppen. Zij zijn rundveehouders. De runderen die zij houden zijn yaks. Zelfs onder extreme winterse omstandigheden bieden deze tenten voor de steppebewoners huisvesting voor het gehele gezin. Voor de verwende toerist een zeker niet allerdaagse vakantieonderkomen. De tenten worden in Nederland geleverd en op originele wijze ingericht. En nu nog enkele yaks, die het gras op de camping kort kunnen houden en door de toeristen gemolken kunnen worden.
P.Pellikaan
Noordzijde 12
4225 PG Noordeloos
T: 0183.58.2759
E: pellikaanp@solcon.nl
Het bespaart de vereniging portikosten en mij veel tijd.